Nico DE GUCHTENAERE

1963

Nico De Guchtenaere studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent. Zijn schilderijen tonen doorheen de jaren een aantal formele elementen die systematisch meer en meer op zichzelf zijn komen te staan. Het uitgangspunt is, naast het denken in verf, steeds een motief uit de natuur, gebed in een schilderkunstig landschap. Achtereenvolgens werden cellen, walnoten, elfenbankjes en vreetpatronen geanalyseerd.
Stelselmatig ontleedt de kunstenaar deze vormelementen tot ze verworden tot emotionele tekens, beladen met rasters en organische structuren. De lineaire netwerken tonen de directe beweging van groeiende formaties.

Aan de hand van de levenscyclus van organismen verwijst Nico De Guchtenaere naar de ontwikkeling van een schilderij. Bij de schilderijen kijken we naar beelden van een biologisch groeien, of het proces van het schilderen; van de verschillende technieken, van hevig aangebrachte impasto tot delicaat weggewassen partijen.

De vormen komen van een specifieke plaats, maar ze functioneren niet als illustraties noch als verhalen waarin het oproepen van ambivalente betekenissen primeert. Met zijn beelden doet de schilder het tegenovergestelde van wat ‘vertellen’ heet.

Nico De Guchtenaere slaat die dingen op waar mensen doorgaans aan voorbijgaan. Zo inventariseert hij als het ware de sporen nagelaten door de larven van de spintkever. Het schriftbeeld van deze lineaire schriftuur wordt gebruikt om te conserveren. Dit ‘behouden’ en registreren wordt binnen het groeiproces een verloop, een voortduren. Het verdwijnen wordt weer een verschijnen.

Nico De Guchtenaere gebruikt organische vormen als metaforen voor z’n eigen artistieke evolutie, als een meditatie omtrent het natuurlijke van kunst maken, omtrent de fysieke en  mentale activiteit van de mens.