George GRARD

°1901 - 1984

 

George Grard wordt geboren te Doornik op 26 november 1901. Van 1913 tot 1917 volgt hij er een opleiding aan de Academie des Beaux-Arts. In 1930 bekomt hij een beurs van de stad Doornik en behaalt de Rubensprijs van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel.
In 1931 vestigt hij zich te Sint Idesbald. Hij woont er in een vissershuisjes en verklaart zelf : we weten niet hoe we leven, maar we leven. In de schuur van een ander vissershuisje richt hij met collega kunstenaars een atelier in waardoor de zogenaamde School van St. Idesbald geboren wordt. Zonder echt een school te zijn werkt ieder in z"n eigen hoekje. Het is een gemeenschappelijke manier van denken, een manier van leven, een visie tegenover de kunst. Het huis wordt de ontmoetingsplaats van kunstenaars als Caille, Creuz, Dasnoy en Delvaux. In deze school moeten we nog Georgette Dufour en Isette Gabriels vermelden, modellen van Grard en eveneens kunstenaressen.
In 1935 behaalt hij de Prix de la Roseraie in het kader van de Wereldtentoonstelling te Brussel. Vanaf nu trekt hij zich volledig terug in St. Idesbald om zich enkel aan zijn beeldhouwkunst te wijden.
Na de Tweede Wereldoorlog reist hij om gezondheidsredenen naar Zuid-Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland, Joegoslavië...
In 1947 verleent hij zijn medewerking aan een project om in het Jubelpark te Brussel vier sculpturen te plaatsen die de vier seizoenen voorstellen. Op dat moment heeft hij reeds een beeld klaar : “De lente met het kroontje”. Toch besluit hij een nieuw beeld te ontwerpen dat hij “De lente” noemt. Het beeld wordt afgegoten, maar uiteindelijk niet geplaatst. Het belandt later in het Middelheim park te Antwerpen.
In 1948 behaalt hij de Prix du Hainaut en de Prix Picard de la Libre Académie de Belgique. Het Museum voor Moderne kunst te Brussel verwerft De Volheid.
Van 1950 tot 1955 volgt een drukke periode : plaatsing van de Waternimf (la Naïade) op de de Pont-à-Pont brug te Doornik; plaatsing van het monumentale beeld Zittende Vrouw bij de gebouwen van de Nationale Bank te Brussel; plaatsing van De Zee (“dikke Mathilde” in de volksmond) bij het casino te Oostende. De Waternimf veroorzaakt opschudding in het conservatieve Doornikse milieu en wordt verhuisd onderaan de brug !
In 1954 ontmoet hij beeldhouwster Francine Van Mieghem, zijn toekomstige echtgenote.
Op uitnodiging van de Belgische overheid verblijf hij in 1957 een maand in Stanleyville (toenmalig Belgisch-Kongo) en werkt er naar het model Anasthasie Kosoagna. Het resultaat is onder andere De Grote Afrikaanse die tentoongesteld wordt op de Wereldexpo van 1958.
In 1962 krijgt hij een individuele tentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten Brussel. Grard schrijft bij deze tentoonstelling een korte tekst die later bekend wordt als zijn Credo:...in onze tijd behoort het tot de geplogenheden om het leven te negeren en het bekijken van de zon, de dieren en de planten als een soort zonde te beschouwen. Deze zonde is er nu juist een die mij ligt. Ik hou van alles wat mij omringt. Ik hoop er mijn beeldhouwwerk van doordrongen te hebben. Ik stel de mens boven alles. Dit is mijn recht. Ik weet niets van de strijd tussen groepen en scholen. Ik bekijk dat allemaal van ver. Het leven zelf interesseert me meer. Het is uit het leven dat ik heb geput…
In aanwezigheid van George Grard worden in Luik De Aarde en Het Water ingehuldigd, twee beelden die hij maakte voor de Pont Albert 1er.
Grard wordt lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België
In 1970 behaalt hij de vijfjaarlijkse Prijs ter Bekroning van een kunstenaarsloopbaan.
In 1970 wordt Chantal geboren, dochter van Francine en George. Later zal zij in de voetsporen van haar ouders treden en eveneens beeldhouwster worden.
In 1971 is er de plaatsing van de doopvont in de Saint-Brice-kerk te Doornik (Adam en Eva); de deur van het tabernakel en het altaar (de passie en de verrijzenis van Christus)
In 1976 wordt het monumentale werk De Kwartel (La Caille) voor de Hallen van Kortrijk geplaatst.
De stad Doornik koopt in 1979 het beeld Vrouw die naar de zon kijkt en plaatst het aan de ingang van het Museum voor Schone Kunsten.
In 1980 wordt de kleine versie van De Kwartel door Paul Delvaux aangekocht voor het Delvauxmuseum te Sint-ldesbald
In 1981 koopt de stad Veurne Vrouw die naar de zon kijkt aan en plaatst het beeld in het Stadspark
In datzelfde jaar beslist de Gemeenteraad van Doornik om De Waternimf op haar oorspronkelijke plaats, namelijk op de Pont-à-Pont, terug tentoon te stellen. Dit besluit kwam naar aanleiding van de gelijktijdig georganiseerde retrospectieves te Hasselt en Doornik
In 1983 wordt Vrouw die naar de zon kijkt voor het Cultureel Centrum te Hasselt geinstalleerd.
Op 26 september 1984 overlijdt George Grard te Sint-Idesbald en wordt begraven te Koksijde

Met dank aan de Stichting George Grard te Gijverinkhove

 

La torduebrons - 45 X 175 X 78 Printemps à la couronneBrons -  128 x 79 x 100 - V E R K O C H T La caille - Brons - V E R K O C H T