Etienne ELIAS

°1936

 

Etienne ELIAS (pseudoniem van Etienne MICHIELS) wordt geboren in Oostende in 1936. Als jonge knaap maakt hij kennis met het werk van de grote kunstenaars uit zijn geboortestad : Ensor, Spilliaert en Permeke. Als 18-jarige trekt hij naar Gent waar hij vijf jaar aan de Koninklijke Academie studeert. Op een bepaald moment treedt hij in als novice –broeder Elia- bij de Orde van Augustijnen. Binnen de muren van het convent is er blijkbaar ruimte voor beeldende kunst en deze periode betekent voor Elias een verkenning van de mogelijkheden van de schilderkunst. Is de roep van de kunst te groot of weegt het celibaat te zwaar (miscchien beide), in ieder geval verlaat Elias het klooster na vier jaar en gaat terug naar Oostende. Werken van rond de jaren ’60 tonen ons een zekere formele abstractie waar men niet alleen de vormen en een ruimtelijkheid van Raveel in onderkent maar die ook verwant zijn aan het tachisme. Achter de poëtische stemming en de abstract lijkende compositie gaat echter vaak een reële werkelijkheid schuil. Vanaf 1964 sterkt de golf van de Nieuwe Figuratieve kunst Elias’ vertrouwen in de ingeslagen weg. Wanneer Raveel de opdracht krijgt om de kelders van het kasteel van Beervelde te beschilderen, nodigt hij, naast zijn leerling Raoul De Keyser en de Amsterdammer Reinier Lucassen, ook Etienne Elias uit om mee te werken aan het project. Uit deze samenwerking resulteert een wederzijdse beďnvloeding en een levenslange vriendschap. In sommige werken is er invloed van Raveel terug te vinden, maar nooit dominantie. Daar waar Raveel de kunstenaar is van de rechtstreekse waarneming en de analyse daarvan, steunt Elias zich immers veel meer op de herinnering en de fantasie.
Vanaf de tweede helft van de jaren ’60 ontwikkelt Elias een volledig persoonlijk oeuvre dat hij zelf het “ideale realisme” noemt. Op een innoverende manier verwerkt hij heldere kleuren en gedurfd contrasten in zijn werkt. Zijn inspiratie haalt hij uit het dagelijkse leven, de toenmalige pop-cultuur en de historische schilders. Herhaaldelijk schildert hij een soort ironische familie- of officiële portretten met figuren die gedepersonaliseerd zijn, als het ware behorende tot een hermetisch gesloten wereld. Ondanks het feit dat Elias vaak landschappen of constructies gebruikt als achtergrond houdt hij bewust de driedimensionele voorstelling zo vlak mogelijk. Zijn werk is vergelijkbaar met dat van de Engelsman David Hockney : indirect beinvloed door de pop-art en gekarakteriseerd door een pseudo-naieve drie-dimensionele voorstelling. Zijn bewondering voor Jan van Eyck en Italiaanse schilders als Giotto en Fra Angelico is terug te vinden in zijn minutieuze en gedetailleerde manier van werken, terwijl de ideale voorstelling van de natuur met smaragdgroen gras en helblauwe luchten aansluit bij zijn engagement in de hippie cultuur. In 1968 huwt Elias met Eliane Kalter die regelmatig zal figureren als inspiratiebron. Het zijn bijzonder gelukkige jaren waarin heel wat schilderijen ontstaan die de woorden “Happy” of “Love” bevatten. Zijn huwelijk loopt echter spaak en in 1977 ontstaat een stijlbreuk in zijn werk. Deze wordt gesymboliseerd door een somber schilderij getiteld “Links”, waarin een man gevangen zit achter tralies, terwijl buiten nog een glimp is op te vangen van de hippie “rozegeur en maneschijn” van vroeger. Het maniërisme verdwijnt volledig uit zijn werk, zijn penseelstreek wordt ruwer en driftiger, zijn palet feller.
Een tweede vrouw, Titane Vandermeulen, verschijnt in zijn leven en dit inspireert hem voor een reeks schilderijen die niet alleen opvallen door hun eenvoudige schoonheid maar vooral ook door een klassiek evenwicht.
In 1985 wijkt hij uit naar Amsterdam om, volgens hemzelf, een rijker cultureel bestaan op te zoeken in de nabijheid van zijn artistieke vrienden als Lucassen. In Amsterdam behandelt Elias een breder gamma aan onderwerpen. Gedaan met de landschappen, de interieurs en de attributen : het onderwerp primeert.
In 1989 is hij terug in Oostende waar hij leraar wordt aan de Stedelijke Kunstacademie. Meteen zijn ook de thema’s van vroeger terug : de zee, een badkuip, Titane, …
In de daarop volgende jaren wordt zijn stijl steeds ruwer. Hij schildert mensen met felgekleurde cilindervormige hoofden, gezichten worden abstracte kleurrijke vlakken. Het kleurenpalet is soms zo fel dat het gewelddadig wordt. De schilderijen blijven figuratief maar hier en daar zien we sterk abstraherende kleurpartijen en tekens.
In 2005 krijgt Elias zijn grote retrospectieve in het PMMK te Oostende. Hiermee wordt hij erkend als een van de groten uit de hedendaagse Belgische schilderkunst.